maandag 18 januari 2016

Een Engels prentenboek in de kleutergroep.

Een boek wat je goed kunt gebruiken in de klas is: Ten in the bed.
(Je kunt op de afbeelding klikken om naar bol.com te gaan en het boek te kopen) 
In dit boek ligt een jongetje in bed en speelt een spelletje met zijn knuffels. 
Iedere keer zegt hij: Roll over, roll over en dan valt er 1 uit het bed. Tot slot is het jongetje nog alleen over in het bed en heeft hij het koud en mist hij zijn knuffels. Alle knuffels komt terug in bed en samen vallen ze in slaap. 

Wat je allemaal met dit boek kunt doen:
  • Lees het boek voor zoals je ook een Nederlands prentenboek voorleest. 
  • Speel het boek uit. Zet een aantal banken naast elkaar en leg daar matten op. Vraag aan de kinderen: Who wants to be the boy? Who wants to be a hedgehog? Who wants to be a teddybear? A crocodile? A mouse, an elephant, a sheep, a rabbit, the bear, and who wants to be a zebra? Dan mogen al deze kinderen/dieren in het bed gaan liggen en kijk even of het lukt om ze op de goede volgorde te leggen. Dan kun je het verhaal nog een keertje voorlezen en iedere keer laat je 1 uit het bed rollen. Je stimuleert de kinderen om het verhaal mee op te zeggen. Laat de little one ook zijn eigen zinnetje opzeggen. De kinderen die mogen kijken kunnen ook helpen om het verhaal op te zeggen. Je kunt ook nog platen maken van de dieren die uit het bed vallen en laat de plaat zien aan de kinderen zodat ze kunnen zeggen wie er uit het bed valt.    En als je het boek vaker herhaald kun je de kinderen uitlokken om steeds meer mee te zeggen.  Nog leuker is het als je ook maskers (op stokjes) maakt die de kinderen voor zich houden.
  • Ik heb het boek ook ingesproken en de kinderen kunnen  het boek mbv e koptelefoon luisteren. Ik lees het boek in het Engels voor maar zeg er een heleboel dingen in het Nederlands naast. Ik vraag bv om de dieren te tellen. Dat doen we dan wel weer in het Engels. Ik praat over wat ik op de pagina zie en wat ik grappig vindt. Het luisterbestand kun je HIER downloaden. 


Verzamel al de dieren die in het boek voorkomen (wereldspelmateriaal) .
  • Ga ze in het Engels met de kinderen benoemen. Do you know what animal this is? 
  • Speel hide ands seek met de dieren. Laat 4 kinderen een dier verstoppen in de klas en laat 4 kinderen tellen (in het Engels) tot 10. Als de kinderen klaar zijn met tellen zeggen ze: Ready or not here I come. 
  • Leg een x-aantal dieren onder een kleed. Haal 1 dier weg. Do you know what animal is missing? 
  • Ga de dieren tellen in het Engels. 
  • Als je een echt dier en een plaatje van het dier hebt kun je ook nog levend memory spelen. Je geeft zoveel mogelijk kinderen een dier of een plaatje. Dan moeten ze een ander kind opzoeken en vragen: what animal do you have? Dan moet de ander antwoorden: I have an elephant, what animal do you have? I have a mouse. Dan kunnen ze samen zeggen: No, that is not the same. Of als het wel hetzelfde is: Yes we have the same animal. 


donderdag 7 januari 2016

Verjaardag spelletje in het Engels

De plaatjes knip je los en eventueel verstevig je ze. 
Dan doe je ze in een verjaardagszakje. 
Je kiest een muziekje van de yurls van miss Alie en zolang als je de muziek hoort gaat het verjaardagszakje de kring rond. 
Als de muziek stil is dan mag degene die het zakje in zijn/haar hand heeft er een kaartje uit zoeken en vertellen wat er op het kaartje staat. 
Het kaartje mag op de tafel gelegd worden of je laat het kaartje terug stoppen in het zakje. 

Klik HIER om de plaatjes te downloaden. 
Woorden: cake, candle, present or gift, ice cream, cup cake, balloon, postcard, candy, decorations, hat, friends, kiss. 

Voorlezen aan jonge kinderen.

Voorlezen aan jonge kinderen.

  • Je leest het boek eerst zelf goed door. Dan kun je bepalen welk thema je uit het boek centraal wilt stellen. Ook heb je dan een goed zicht op de woordkeuze van het boek. 
  • Bekijk met de kinderen de kaft van het boek en stel er vragen over. Ook kun je attributen meenemen die met het boek te maken hebben. Blader het boek door en laat de kinderen spontaan reageren. 
Omdat de spanningsboog van jonge kinderen niet zo lang is ga je verder in een volgende les.
  • Lees het prentenboek in zijn geheel voor. Als kinderen willen reageren is dat prima maar probeer er wel voor te zorgen dat het niet teveel afleidt van het verhaal. Een kort inleidend gesprekje om de voorkennis te activeren en tot slot een kort afsluitend gesprekje over het verhaal. 
In volgende lessen kun je:
  • Een vertelkoffer gebruiken. Dit is een koffer waarin voorwerpen zitten die iets met het verhaal te maken hebben. Je kunt ook de kinderen de koffer laten vullen door spullen van huis mee te laten nemen. 
  • Zoek de moeilijke woorden op die in het boek gebruikt worden en bespreek ze met de kinderen. 
  • Bespreek met de kinderen de structuur van het verhaal. Wie is de hoofdpersoon, waar speelt het zich af,  wat is het begin, welke gebeurtenissen, is er een oplossing, hoe is de afloop. Je kunt hiervoor ook de picto's gebruiken die ik in de LMDB van digischool heb geplaatst. 
  • Laat het verhaal naspelen. Zorg eventueel ook voor verkleedkleren. 
  • Zoek liedjes,versjes en knutselopdrachten die aansluiten bij het thema.
  • Zoek naar mogelijkheden om binnen het thema reken en taal spelletjes te doen met de kinderen. 
Waarom voorlezen:
  • Taalontwikkeling wordt gestimuleerd
  • De wereld van het jonge kind wordt verbreed. 
  • Het geeft gezellige momenten. Gevoel van saamhorigheid. 
  • Nieuwe indrukken en gevoelens kunnen verwerkt worden. 
  • Het stimuleert de fantasie.
  • Ontwikkeling van luistervaardigheid en concentratie
  • Voorbereiding op het zelf leren lezen
Voorlezen kan al vanaf zeer jonge leeftijd. Let wel goed op de zinslengte en de woordkeuze. De gemiddelde lengte van de zinnen bij een 4 jarige zijn 4 tot 6 woorden. Maak je ze langer dan zullen ze afdwalen van het verhaal. Goed observeren is hierbij belangrijk want dit is natuurlijk maar een gemiddelde. 

Een goed voorleesboek:
  • Tekst aansluitend bij de belevingswereld en het cognitief vermogen van het kind. 
  • Variatie in woordgebruik. (Klankrijk, grappig)
  • Kinderen moeten zich een voorstelling van het verhaal kunnen maken. 
  • Verhaal moet een duidelijke structuur hebben. 
  • Het verhaal moet aanzetten tot nadenken. Nieuwsgierigheid wekken. 
  • Heeft humor. 
Goed voorlezen:
  • Zorg voor rust
  • Lees rustig en duidelijk voor.
  • Gebruik verschillende stemmen
  • Versnel daar waar het kan en kies voor pauzes 
  • Kleine bewegingen maken tijdens het voorlezen maar niet teveel. 

De Nationale Voorleesdagen



Van 27 januari t/m 6 februari zijn de nationale voorleesdagen. Je leest natuurlijk regelmatig voor in je klas maar wat is er nou leuker om het voorlezen als thema in te zetten. 

Zomaar wat tips:
  • Kinderen nemen hun favoriete boek mee
  • Ouders, of opa's/oma's komen in de klas om voor te lezen
  • Je laat kinderen uit de bovenbouw voorlezen aan de kleuters
  • Kinderen maken hun eigen prentenboekje
  • Je maakt een bibliotheek in de klas
  • Je maakt een top 10 van leukste verhalen samen met de kinderen. 
  • Ga naar de Yurls van Juf Ria en vind nog veel meer les-ideeën. 
Het prentenboek wat centraal staat deze week is:

woensdag 2 september 2015

Fruit les engels

Gooi met de dobbelsteen en vraag de kinderen:
Do you know what fruit this is?
Op de tafel liggen de plaatjes van een apple, pear, plum, strawberry and orange. De kinderen mogen het plaatje pakken. Welk fruit is als eerste op? 
Download de les op smartkleuter.yurls.net

Deze les gebruik ik tijdens het thema: Rupsje nooitgenoeg.
Het boek kun je in het Engels bestellen bij Bol.com:


En in het Nederlands:

zondag 12 april 2015